Poetry International Credits Opvragen3
Spring naar hoofdinhoud

Roadmap

Welk stappenplan hebben jullie opgesteld om jullie doelstelling te realiseren?

‘Ons zondagprogramma, waarin gebarentaalpoëzie centraal staat, vormt een vast en herkenbaar onderdeel van het festival dat we elk jaar verder verdiepen en verbreden. Tegelijkertijd geven we poëzievertaling een steeds duidelijkere en stevigere plek binnen de programmering. We investeren in vertalingen naar en vanuit Nederlandse gebarentaal en International Sign Language en zorgen dat deze goed zichtbaar zijn, zowel op het podium als in verdiepende programma’s eromheen. Hiervoor werken we structureel samen met dove programmeurs en adviseurs. Zij zijn vanaf het begin betrokken bij het ontwikkelen van ideeën, de selectie van makers en de uitvoering. Op die manier zorgen we voor een aanpak die inhoudelijk sterk is en goed aansluit bij de gemeenschap. Door te blijven evalueren, kennis op te bouwen en samenwerkingen te versterken, zorgen we ervoor dat gebarentaalpoëzie en toegankelijkheid duurzaam verankerd zijn in ons festival.’

 

Wat hebben jullie onderzocht om het probleem beter te begrijpen?

‘Samen met programmeurs, adviseurs en partners uit de doven en slechthorenden-gemeenschap hebben we gewerkt vanuit de behoeften die daar leven: wat ontbreekt er op poëziegebied en hoe kan Poetry International bijdragen aan het invullen van die leemte? Nederland kent een relatief kleine dovengemeenschap (circa 10.000 mensen), met sterke onderlinge netwerken waarin veel mensen elkaar kennen. Dit hielp ons bij het ophalen van behoeften en de vertaling naar gerichte programmering.’ 

 

Welke stap was belangrijker of moeilijker dan jullie vooraf dachten?

‘Bij de organisatie houden we rekening met verschillende talen en tolken, zoals NGT-, schrijf- en International Sign-tolken. Door de meertaligheid zijn vaak meerdere tolken nodig, soms wel acht per programma. Ook wordt er gewerkt met tussenvertalingen. Omdat er een schaarste is aan tolken, moeten deze ruim van tevoren worden geboekt. Het toegankelijk maken van ons programma voor een doof, slechthorend en horend publiek blijft daardoor een complexe puzzel. 

 

Daarnaast vraagt de doelgroep om tijdige en toegankelijke communicatie. Omdat Nederlands voor velen een tweede taal is, zijn heldere teksten en gebarentaalvideo’s  essentieel. Na eerdere uitdagingen met schrijftolkkwaliteit en technologie zijn de systemen inmiddels verbeterd, met nauwkeurigere spraakregistratie en live projectie in meerdere talen.’