Elk jaar krijgt de Rotterdamse Dakendagen het voor elkaar om daken in de stad, die normaal ontoegankelijk zijn, open te stellen voor publiek. Het festival drááit om toegankelijkheid. De organisatie ziet graag dat meer mensen die toegankelijkheid kunnen ervaren, ook als zij een fysieke beperking hebben.
In dit interview spreken we met Nikki Kamps, van de Rotterdamse Dakendagen, over de aanpak en ervaringen van hun organisatie op het gebied van toegankelijkheid.
Ambitie
Wat motiveerde jullie om aan de slag te gaan met toegankelijkheid?
‘Onze missie is om de ruimte op platte daken in te zetten om het leven in de stad te verbeteren. Daarom is ons motto: je kan het dak op! Daken zijn doorgaans voor niemand toegankelijk, laat staan voor mensen met bijvoorbeeld een fysieke beperking. Om er toch leuke en veilige evenementen te organiseren moeten wij slimme manieren vinden. Toegankelijkheid is voor ons dus zowel een extra uitdagend als essentieel thema.’
Hoe sluit het onderwerp aan bij de identiteit van jullie festival?
‘Op daken stijg je uit boven de drukte, geniet je van mooie vergezichten en is er ruimte om toffe dingen te doen. Dat daar maar weinig gebruik van wordt gemaakt, komt omdat onze maatschappij en onze gebouwen er niet op zijn ingericht. Als architectuurfestival gebruiken we daken om nieuwe perspectieven te bieden. Op het dak vraag je je, uitkijkend over de stad, af: waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Het bredere vraagstuk van toegankelijkheid ligt in het verlengde daarvan: waarom is de maatschappij niet ingericht voor iedereen?’